17 augustus 2026
Niet wachten op de antwoorden: hoe Wierden en Borgen circulair leert bouwen
Je hoeft niet alles te weten. Je moet het wel doen. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan als je 7.000 sociale huurwoningen beheert in het aardbevingsgebied tussen de stad Groningen en de Waddenzee. Toch zette Wierden en Borgen in 2020 een duurzaamheidsvisie neer. Op papier is dat een document. Maar vanuit die visie ga je kijken naar wat er kan: een zonnepanelenplan, een wagenparkplan, een aanpak voor intern beleid. Je gaat de mogelijkheden af. En dan ontstaan er dingen.
“Je moet je gedrag baseren op een visie,” zegt directeur-bestuurder Matthieu van Olffen. “Zonder richting reageer je alleen maar op wat er op je afkomt.”
De stip: in 2050 een volledig circulaire bedrijfsvoering en een klimaatbestendige woningvoorraad. Hoe ze daar komen? Dat weten ze dan nog niet. Maar de richting is helder. En dat blijkt genoeg om te beginnen.
Zonder ben je mensen niks
Dus zorg je voor een kartrekker. Wierden en Borgen stelt daarvoor een duurzaamheidsadviseur aan: Wessel Holman, geen techneut maar een sociaal planoloog, iemand die gewend is naar mensen te kijken.
Wessel gaat het gesprek aan met collega’s door de hele organisatie. Niet om te vertellen wat er moet, maar om te laten zien wat er kan. Zo vraagt een collega bij een nieuwbouwproject in Loppersum op een dag aan Matthieu: kunnen we dit ook in hout bouwen, in plaats van beton? Twintig procent duurder, blijkt uit de berekening. “Doe maar,” zegt het MT, met de visie in het achterhoofd. Zo ontstaan de eerste CLT-woningen: hout dat je ook weer uit elkaar kunt schroeven. Dat is hoe het werkt. Niet opleggen, maar ruimte geven aan wie met een idee komt.
En dat gaat stap voor stap. Eerst komt er een zonnepanelenbeleid, om de energierekening van huurders omlaag te krijgen. Daarna de opgave om alle E, F en G-labels vóór 2029 uit te faseren. Pas als die twee grote thema’s op de rails staan, ontstaat er ruimte voor klimaatadaptatie en circulariteit.
Zo ontstaat er langzaam iets, niet in één keer, maar stap voor stap. Collega’s krijgen concrete handvatten om zelf met ideeën te komen, in plaats van dat het van bovenaf wordt opgelegd.
“Je kunt mensen iets opleggen, maar dan heb je ze niet mee. En zonder de mensen beweegt er niets.”
En dan ontstaan er iets, wat er gebeurt is niet te plannen. Collega’s beginnen vragen te stellen. Projectleiders komen met ideeën. Op een dag loopt er iemand bij Wessel binnen. “Kunnen we niet wat extra’s doen met dit project?”
Eén vraag, veertien woningen
Het gaat om een nieuwbouwlocatie in Middelstum, in het aardbevingsgebied. Oude woningen worden gesloopt. Er is ruimte om anders te denken over wat er terugkomt. En zo, vanuit één vraag van één collega, ontstaan de veertien klimaatadaptieve woningen aan de Zuiderstraat, opgeleverd begin 2026.
Groene daken, nachtventilatie, regenwater dat via een vat van 1.500 liter in de tuin het toilet doorspoelt. Maar het interessantste is niet wat erin zit. Het is wat erna komt.
In zes van de veertien woningen hangt meetapparatuur. Temperatuur, luchtvochtigheid, energieverbruik, waterverbruik: alles wordt twee jaar lang gemonitord, samen met studenten van de Hanzehogeschool. Twee woningen naast elkaar worden vergeleken: één huurder die elke nacht het raam opent, één die dat niet doet. Wat is het temperatuurverschil?
“We bouwen niet om te bewijzen dat het werkt,” zegt Wessel. “We bouwen om te leren.”
Biobased isoleren, tenzij
Ondertussen groeit er intern iets. Via een cursus circulair bouwen bij de Hanzehogeschool krijgen Wessel en zijn collega’s handvatten. Ze brengen ze terug naar de organisatie. Het MT omarmt ze. Langzaamaan ontstaat er een principe: biobased isoleren, tenzij.
Bij elk nieuwbouw- en renovatieproject is isoleren met natuurlijke materialen het uitgangspunt. Niet de uitzondering. Tenzij er een concrete reden is om ervan af te wijken.
Ze weten dat het duurder is. Ze doen het toch. Vanuit de overtuiging dat biobased materialen gezondere woningen opleveren en op termijn goedkoper worden naarmate er meer vraag naar is. Ze tekenen als tot nu toe enige woningcorporatie in Groningen en Drenthe de Bouwvezel Deal.
“Het is duurder,” zegt Matthieu. “Maar je moet ook niet gekke Henkie zijn. Het is biobased tenzij, niet biobased altijd ten koste van alles.”
Terug naar de stip
Alles wat hier gebeurt, de cursus, de veertien woningen in Middelstum, de keuze voor biobased, komt voort uit die ene beslissing in 2020: een stip zetten op 2050 zonder te weten hoe je er komt.
“Wij kunnen pas in 2050 met terugwerkende kracht zeggen of we het goed hebben gedaan,” zegt Matthieu. “Je kunt ook niks doen, of heel weinig, en dan in de laatste vijf jaar alsnog een hele hoop doen. Wij kiezen er heel bewust voor om nu stappen te zetten die mogelijk zijn.”. Dit is ook fijn voor de huidige huurders. Zij krijgen een veel betere woning met lagere energielasten.
Dat is misschien wel de winst van deze aanpak. Niet dat Wierden en Borgen alle antwoorden heeft, want die heeft niemand. Maar dat ze de stip hebben durven zetten, en vandaaruit elke dag een stukje dichterbij komen.
Het kan ook anders aflopen. Misschien kijken ze over een paar jaar terug en denken: dit was het niet. “Met de kennis van nu doen wij volgens mij de juiste dingen,” zegt Matthieu. “Maar met de kennis van morgen misschien niet.” Dat weet je van tevoren gewoon niet. Dus schuw de zoektocht niet, je hoeft het niet te weten maar je moet het wel doen!
Niet alleen
Wierden en Borgen doet dit niet alleen. De corporatie is onderdeel van GeWOON Groen, een samenwerkingsverband van zes Groningse woningcorporaties, samen goed voor ruim 75.000 sociale huurwoningen in Groningen en Drenthe. Het ontstond zo’n zes jaar geleden vanuit een groep koplopercorporaties op het gebied van duurzaamheid, en groeide van gezamenlijke inkoop van zonnepanelen naar een recente subsidie van 11 miljoen euro voor meer biobased daken en isolatie.ok wordt er binnen GeWOON Groen veel kennis gedeeld en worden er gezamenlijk opleidingen op het gebied van duurzaamheid ingekocht.